CLAUDE
- ingridcandel
- Oct 4, 2025
- 2 min read

We zijn op zoek naar de laatste rustplaats van Claude. Hij was, samen met z’n moeder, de vorige bewoner van ons huis. Een paar jaar geleden is hij, op 60-jarige leeftijd overleden. Verongelukt. Toen hij, op het terrein dat nu van ons is, aan het zagen en het snoeien was, viel er een boom bovenop hem. Op die dag heeft zijn moeder van nu ruim 90 jaar het huis verlaten en is er nooit meer teruggekeerd. Ze woont nu bij haar neef. Vrijwel iedereen hier in de omgeving heeft Claude gekend en ik krijg de indruk dat hij geliefd was. Uit de verhalen, maar ook uit de staat van de boerderij die we hebben gekocht, maak ik op dat hij samen met z’n moeder eenvoudig leefde. Ze hadden wel bezit, zo hadden ze veel land en ook landbouwmachines, maar dat was nodig om het boerenbedrijf te runnen. Ze hadden niets om mee te pronken of zo. Zo zat en zit er niet echt een keuken in het huis, overal zitten gaten en kieren, de badkamer kan net en het dak van de schuur staat op instorten. Ik probeer me een voorstelling te maken van hoe ze hier leefden; ik weet wie in welke kamer sliep. Claude in wat wij ‘de groene kamer’ noemen vanwege de groen geverfde deur en moeder in ‘de rommelkamer’. Over vader weet ik niet veel. Hij is ‘er vandoor gegaan’ met de serveerster of eigenaresse van het dorpscafé.
Het kerkhof van het dorpje een eindje verderop is klein en bestaat voornamelijk uit familiegraven. In bijna elke grafsteen is slechts de familienaam gegraveerd. Alleen uit de bordjes op de graven kun je afleiden wie er van de betreffende familie begraven ligt. Zo staat er bijvoorbeeld ‘a notre beau-frère’, ‘a notre tante’ of ‘a mon père’. Verder zijn de graven sober en staan er hooguit nog wat plastic of aardewerk bloemen. We zijn de enige op het kerkhof en lopen een rondje terwijl we de namen op de graven lezen. Op het graf aan het einde van de laatste rij, herken ik de familienaam van moeder. Op dat graf zie ik een soort zuiltje met zijn naam: Claude. En: 1961 – 2021. Tussen alle bordjes op het graf staan er twee die voor hem moeten zijn. Er staat een tractor op met op het ene de woorden ‘a notre cousin’ en op het andere ‘a notre ami’.
Claude is er niet meer en zijn moeder woont sinds zijn overlijden bij haar neef. Ooit woonden ze op deze boerderij. Maar ze waren niet de eerste bewoners. Deze plek wordt al ongeveer 1000 jaar bewoond. Het maakt me er weer eens van bewust dat we slechts voorbijgangers zijn en ons ergens tijdelijk eigenaar van mogen noemen. Nu mogen wij hier een tijdje vertoeven. Ik ben dankbaar en we gaan er iets moois van maken. Voor Claude en z’n moeder, voor onszelf en voor iedereen hierna.



