top of page

TANTE MIA

  • ingridcandel
  • Aug 31, 2025
  • 2 min read


Eén van de dingen die ik als kind het liefst deed, was logeren bij tante Mia. Terwijl ik opgroeide tussen het beton en het asfalt van een Maastrichtse buitenwijk, woonde tante Mia – samen met m’n oom, neefje en nichtje – tussen de maisvelden en de ongeasfalteerde  weggetjes in een dorp. Ze had een niet al te groot, gezellig, vrijstaand huis met een grote voortuin en een nog grotere achtertuin. Achter die achtertuin lag een enorme moestuin. Naast het huis liep een klein paadje dat uitkwam op een zandweggetje. Langs dat paadje groeiden perenbomen. Elke zomervakantie bracht ik er een aantal dagen door met een nichtje. Misschien was het wel een week. We fietsen de hele dag rondjes om het huis. Dat kon gewoon omdat er rondom het perceel geen tuinhekken, schuttingen of poorten waren. Dat gaf me een vrij gevoel. Als we verstoppertje speelden, kroop ik tussen de frambozenstruiken in de moestuin en snoepte er stilletjes van de zoete vruchtjes. ’s Avonds hielpen we tante Mia met het doppen van de geoogste erwtjes en met het ontpitten van de kersen. We kregen er dan een door haar gebakken wafel of zo bij.

Hier, op mijn Franse boerderij, denk ik vaak terug aan de logeerpartijtjes bij tante Mia. Ook wij hebben geen hekken en poorten rondom ons perceel. Aan de ene kant loopt ons terrein over in dat van de buren en aan de andere kant, beneden in de vallei, vormt een beekje de grens van ons perceel. Op verschillende plekken kun je het stroompje oversteken en verder lopen door een weiland. Geen idee van wie dat is. Omdat er dus geen afrastering is, kunnen anderen zomaar door onze tuin lopen, maar dat gebeurt niet of nauwelijks. Wel lopen er regelmatig herten, vossen en wilde zwijnen voorbij. Die zouden zich waarschijnlijk ook niet door wat draadjes laten tegenhouden. Net als bij tante Mia maak ik rondjes om het huis. Er staat niets in de weg. Nu doe ik dat niet meer op een fietsje, maar met de gras- of bosmaaier. En net als bij tante Mia ben ik druk in de weer met fruit uit eigen tuin. Geen frambozen en kersen, maar vijgen. Ik oogst kilo’s groene en paarse vijgen en maak er zoete jam en kruidige chutney van. Ik denk regelmatig terug aan het logeren bij tante Mia. Hier ervaar ik dezelfde ruimte en vrijheid als toen. Ik krijg hier op het Franse platteland lucht, net als toen in dat dorpje in midden Limburg. En ik voel me net zo blij. Als een kind.     

 
 
bottom of page