top of page

LAATSTE KEER

  • ingridcandel
  • Jul 25, 2025
  • 2 min read

Ik doe nogal wat dingen voor de laatste keer. Voorlopig althans. Voor de laatste keer naar die leuke kringloopwinkel waar ik heel wat oude meuk voor ons huis in Frankrijk kocht, voor de laatste keer naar m’n favoriete restaurant, voor de laatste keer naar kantoor in Maastricht waar ik het afgelopen jaar tig adviesgesprekken voerde met startende ondernemers en voor de laatste keer een koffietje met vriendin Eva (niet haar echte naam). Het doet me niet zo veel. Sterker nog, ik voel me steeds een beetje lichter, steeds een beetje dichterbij m’n nieuwe leven als ik weer iets voor de laatste keer heb gedaan. Behalve dan dat laatste koffietje met Eva. Als ik afscheid van haar neem, schiet ik toch even vol. Het heeft niet zo zeer te maken met dat wat niet meer zal zijn, maar eerder met dat wat is geweest. Ik heb heel wat koffietjes met haar gedronken, ook of juist in een periode waarin het allemaal niet zo mee zat. Toen anderen afhaakten, bleef ze. Toen ik me terugtrok, reikte zij uit. Op het moment dat ik haar omhels, dringt dat opnieuw tot me door en ben ik haar ontzettend dankbaar voor al die koffiemomenten. Maar ik ga niet gebukt onder het besef dat dat koffietje niet meer gedronken gaat worden en die kringloopwinkel niet meer bezocht. Het is ook allemaal niet zo definitief. Onze emigratie is niet te vergelijken met de emigratiegolf in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Ruim een half miljoen Nederlanders verlieten in die tijd, meestal per schip, huis en haard om in, met name Canada en Australië, een nieuw leven op te bouwen. Een land waar ze nog nooit waren geweest en waaruit velen ook nooit meer terug zouden keren. De reis was te kostbaar en te lang. Zo’n vertrek was dus definitief. In mijn geval is dat anders. Als ik het gaspedaal flink intrap en niet te vaak en te lang stop, zit ik binnen veertien uur hier achter een wijntje op het terras. Maar of ik dat zal doen uit gemis? Kan het me niet voorstellen. Dat missen ken ik niet zo. Toen ik met manlief van ons huis naar Rome liep, dacht ik veel aan m’n zoon. Ik schreef hem af en toe een brief, gewoon met pen en papier, en we appten. Daarmee was ik tevreden. Toen ik, lang daarvoor, een jaar over de wereld zwierf, had nog bijna niemand een mobiele telefoon. Bellen was dus niet zo eenvoudig en sms-en al helemaal niet. Van appen had nog niemand gehoord. Ongeveer één keer per week dook ik een internetcafé in waar ik in een razend tempo binnengekomen e-mails las en familie en een paar goede vriendinnen een verhaal (terug) stuurde. Betalen moest je per minuut dus de vaart zat erin. Dat mailen volstond. Missen deed ik niemand of niets. Tot ik, na ongeveer een half jaar geleefd te hebben op rijst en noedels, zucht kreeg. Ik verlangde naar een boterham met kaas en naar een stuk rijstevlaai van bakkerij Hermans. Die boterham met kaas zal het probleem niet zijn daar in Frankrijk. Kaas genoeg en voor een bruine boterham hebben ze een goed alternatief. Maar die rijstevlaai van Hermans. Daar ga ik dan maar binnenkort, voor de laatste keer, een groot stuk van eten.        

 

 
 

Recent Posts

See All
bottom of page